Titel

Financieel beleid

 
Het financieel beleid van de VCOG is er op gericht om de continuiteit van het onderwijsproces te waarborgen. De rijksmiddelen voor personeel en materiele instandhouding worden waar mogelijk één op één ingezet op de scholen. De rijksmiddelen voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden grotendeels centraal beheerd en ingezet voor gezamenlijke en niet-schoolse doeleinden; nascholingskosten, arbo-zaken (waaronder bedrijfsarts en reintegratiekosten), ouderschapsverlof etc.
 
Directeuren van de scholen zijn verantwoordelijk voor het investeringsplan van de school. Dit investeringsplan vormt de financiële weerslag van het schoolplan, op basis waarvan de te gebruiken methoden en andere duurzame leermiddelen in de loop van de jaren worden aangeschaft of vervangen. Tegenwoordig neemt de post ICT / automatisering / digitale schoolborden etc. in de investeringsplannen een steeds grotere plaats in.
Gebruikelijk is dat de uitgaven over de planperiode gedekt worden door de jaarlijkse dotaties. Voordeel van het behoren tot een vereniging met meerdere scholen is onder meer de mogelijkheid om 'van elkaar te lenen' zodat ook grotere uitgaven ineens mogelijk zijn.
 
De tien scholen van de vereniging zijn gehuisvest in achttien gebouwen die erg van elkaar verschillen in bouwjaar. Sommige gebouwen zijn recent opgeleverd en voldoen aan de modernste eisen op het gebied van isolatie, energieverbruik etc. Andere gebouwen zijn monumenten en staan op deze gebieden in schril contrast met die pas opgeleverde gebouwen. Alle varianten tussen de twee genoemde uitersten zijn zo'n beetje aanwezig.
Omdat de directe gebruikers praktisch geen invloed hebben op de keuze van de huisvesting is ervoor gekozen om alle gas- water- en electriciteitsrekeningen bovenschools te betalen. De totale kosten worden per leerling vervolgens weer omgeslagen over de scholen.
Ook de huisvestings- en onderhoudslasten die de scholen van het Rijk ontvangen onder de post Materiele Instandhouding worden centraal beheerd. Vanuit dit budget worden alle gebouwen onderhouden waarbij er ook hier weer voor gekozen is om onderhoudsintensieve gebouwen te laten profiteren van onderhoudsarme gebouwen.
Op bovenstaande wijze probeert de vereniging ook haar meerwaarde voor de individuele scholen te realiseren.